← BLOG
13.04.2026

IN HET MEEST VERTROUWDE ONTHULT ZICH IETS VREEMD

Een gesprek over Celestino (2025), een film van Hans Bryssinck

Rosa Hadit

Esteban Lloret Linares: Celestino is je eerste langspeelfilm, maar ook je eerste fictiefilm. Wat was je inspiratiebron voor dit project?

Hans Bryssinck: Toen ik eind jaren negentig – in 1998 om precies te zijn – een tijd in Colombia verbleef, kwam het idee bij me op om een roman te schrijven. Ik was 21 jaar oud en voelde dat ik mijn ervaringen op papier moest zetten. Wat ik daar en toen voelde, zag en hoorde maakte een enorme indruk op mij. Het waren ervaringen die groter leken de werkelijkheid, ook al was wat ik ervaarde “echt”. In 2014 pakte ik dat oorspronkelijke idee weer op, maar in plaats van een roman te schrijven, besloot ik een film te maken. Voor het scenario van de film haalde ik inspiratie uit mijn eigen levenservaringen. Maar hoe verder het scenario zich ontwikkelde, hoe meer het gefictionaliseerd werd. Ik beschouw het hoofdpersonage nu als een collage van versies van verschillende momenten uit mijn leven.

E.L.L.: Toen je besloot dat je een scenario wilde schrijven, hoe was het om te leren of te ontdekken wat het betekent om een verhaal op een filmische manier te vertellen?

H.B.: Ik had nog nooit dramatische verteltechnieken gebruikt in mijn theater- en performancewerk, dus het was iets heel nieuws. Toen pas ontdekte ik de kracht van het vertellen en de alomtegenwoordigheid van verhalen, in positieve en negatieve zin. Het is opmerkelijk te zien wat er in ons leven allemaal gebeurt op het gebied van vertelling. En toen begon er een proces van spanning, van onderhandelen en van leren hoe je een goed verhaal schrijft. Want wie bepaalt waaruit een goed verhaal bestaat?

Ik begon te schrijven op een manier waarop er, in plaats van de vragen te beantwoorden die het verhaal opwerpt, een nieuwe vraag ontstaat, een die de vorige vraag minder belangrijk doet lijken. En ik wilde dit mechanisme tot het einde handhaven. Volgens Alexander Mackendrick ontstaat ambiguïteit wanneer je twee zeer specifieke situaties creëert en beide tegelijkertijd geldig zijn. Die definitie hielp me het verschil te begrijpen tussen ambiguïteit en verwarring, want ik wilde niet dat de kijker zich verward zou voelen. Aan de andere kant is er iets dat ik heb geleerd van het Meso-Amerikaanse concept van nahualisme, met name dat het niet nodig is om uit te leggen of iets nu één ding is of net iets anders. Wanneer een nahual bezit heeft genomen van een wezen, kan het een bepaalde vorm of een lichaam hebben en tegelijkertijd iets anders zijn. Ambiguïteit en nahualisme zijn concepten die voor mij met elkaar verbonden zijn en die een belangrijke rol hebben gespeeld bij het maken van de film.

E.L.L.: Het lijkt erop dat je zowel moest leren als afleren hoe je een verhaal filmisch vertelt. Schrijven en lezen staan ook centraal in Celestino. Zijn er literaire figuren die je creatieve proces in het algemeen hebben beïnvloed?

H.B.: Er is een boek van een Spaanse schrijver, Miguel Unamuno, getiteld San Miguel Bueno, Mártir (1931). Er stond een citaat in dit boek dat me enorm inspireerde voor de hele film: “En ik weet niet wat waar is en wat een leugen, noch wat ik zag en wat ik slechts droomde – of liever, wat ik droomde en wat ik slechts zag – noch wat ik wist of wat ik geloofde… Weet ik eigenlijk iets? Geloof ik iets? Is wat ik hier schrijf echt gebeurd, en gebeurde het zoals ik het vertel? Kunnen zulke dingen echt gebeuren? Of is dit slechts een droom, binnen een andere droom?”

Een ander belangrijk boek dat me altijd heeft vergezeld, is Pedro Páramo (1955) van de Mexicaanse schrijver Juan Rulfo. Wat me in dit boek inspireerde, is de manier waarop geluid wordt beschreven – wat hij hoort, de stemmen die hij hoort van mensen die hij niet kan zien.

E.L.L.: Een ander nieuw aspect van je werk was het regisseren van acteurs voor film, wat ook een belangrijk onderdeel is van de filmkunst. Was dat een uitdaging voor je?

H.B.: Het regisseren van acteurs en actrices is iets heel mysterieus. Ik had het gevoel dat regisseren leek op het aandraaien van een moer. Het ging me meer om het vinden van subtiliteiten in bepaalde reacties. Ik was niet op zoek naar een realistische vertolking. Vooral binnen in het huis waren we niet op zoek naar realisme, omdat het universum binnen in het huis een parallelle wereld was. Ik was op zoek naar een toon die een beetje verwrongen was, een beetje vreemd, maar tegelijkertijd geloofwaardig en aannemelijk.

Ik moest de acteurs iets geven zodat ze zich konden voorstellen waarom ze op een bepaalde manier reageerden. Er zijn bijvoorbeeld veel aspecten van de manier waarop Jonathan Capdevielle en ik hebben gewerkt die te maken hebben met bepaalde mysteries en geheimen van Ivans personage, die niet eens in de film worden genoemd. Ik denk dat je wel iets aanvoelt waardoor je zegt: ‘er is iets aan de hand met deze man.’

E.L.L.: Ja, je krijgt het gevoel dat hij momenten van totale verbazing heeft. Er zijn echter dingen die niet worden gezegd maar wel voelbaar zijn, dingen die vragen oproepen. Ik had bijvoorbeeld het gevoel dat de seksualiteit van de personages Ivan en Celestino als een onderliggend thema fungeert.

H.B.: Ik denk dat ik daar inspiratie heb gehaald uit mijn eigen ervaringen toen ik 20 was en voor het eerst in Latijns-Amerika aankwam. In die tijd was ik niet openlijk homo, en hier werd homoseksualiteit op een specifieke manier beleefd, en ik beleefde mijn seksualiteit op deze manier. Toen Juan Gabriel in een televisie-interview werd gevraagd: “Is Juan Gabriel homo?”, was zijn antwoord: “Wat je kan zien, daar vraag je niet naar.” En dat geeft ons een indicatie om te begrijpen hoe er in bepaalde contexten in Mexico, zelfs vandaag de dag, met seksuele diversiteit wordt omgegaan. Het wordt misschien wel erkend, maar het wordt niet benoemd.

E.L.L.: Ik heb het gevoel dat het, als queer persoon en vanuit een Europees perspectief, soms moeilijk is om over spiritualiteit na te denken, omdat religie de primaire vertegenwoordiging van spiritualiteit is die we hebben, en voor veel mensen is religie duidelijk een repressieve instelling. Het heeft ons mogelijkheden ontnomen in het leven, en dus ook spirituele mogelijkheden. Hoe kan men een spirituele zoektocht ondernemen zonder onderdrukking, zonder dat dit in tegenspraak is met het eigen bestaan?

In Celestino is de reis van Iván eerder een spirituele dan een religieuze zoektocht. De film eindigt echter in een zeer katholieke context. Aangezien het katholicisme zo belangrijk is in Latijns-Amerika, is jouw relatie met het katholicisme anders geweest?

H.B.: Mijn partner, Manuel Guerrero García, is antropoloog van de religie. Hij legde me onlangs uit dat de Maagd van Guadalupe door inheemse volkeren ook kan worden gezien als een vorm van verzet, voortkomend uit de godin Tonantzin, een Nahuatl-term die ‘onze kleine moeder’ betekent. We moeten het katholicisme in Latijns-Amerika dus vanuit een ander perspectief bekijken, omdat er binnen het katholicisme elementen zijn die uit andere geloofsovertuigingen komen.

E.L.L.: Het katholicisme manifesteert zich voor het eerst via de familie van Celestino. Er is een citaat van Kafka dat ik erg mooi vind, waarin hij zegt dat hij dicht bij zijn dierbaren – dat wil zeggen, zijn familie – staat met een mes, klaar om hen aan te vallen, maar ook om hen te beschermen. Het benadrukt die ambiguïteit in de relatie tot de familie. Hoe heb jij dit thema, die dynamiek, benaderd?

H.B.: Het komt allemaal voort uit één basisidee dat verband houdt met de manier waarop Jean-Luc Nancy de figuur van de indringer benadert in zijn gelijknamige essay. Het citaat dat me inspireerde is: “binnen het meest vertrouwde onthult zich iets vreemd.” Het zette me aan het denken over hoe je vreemdheid kunt ervaren binnen je eigen familie, en omgekeerd, hoe een nieuwe plek vertrouwd kan aanvoelen. In de relatie tussen Ivan en de familie is er altijd die ambiguïteit. Geen van de vrouwen behandelt hem op een manier die in één duidelijke richting wijst. Het personage Alma bijvoorbeeld behandelt Ivan noch als familie, noch als een vreemdeling. Voor haar is het de normaalste zaak van de wereld dat er een vreemdeling opduikt en het huis binnenkomt – zonder dat er vragen worden gesteld.

E.L.L.: Toch is het bijna alsof hij de zussen stoort wanneer ze hem voor het eerst aan de deur zien staan. Ze nodigen hem uit, maar hij is toch niet echt welkom.

H.B.: We moeten ons afvragen wat gastvrijheid eigenlijk inhoudt. Is onvoorwaardelijke gastvrijheid überhaupt mogelijk? We doen dingen altijd met een reden, zelfs onbewust. Ik denk niet per sé aan egoïsme. Ik bedoel de komst van deze man voor die familie ook zinvol moet zijn. Dit zijn situaties die ik zelf op verschillende momenten in mijn leven heb meegemaakt. Je komt ergens aan en wordt verwelkomd in een huis, in een gezin. En dan beginnen ze beslissingen voor je te nemen, en besef je dat je een bepaalde dynamiek moet volgen. Misschien hebben ze je niet geraadpleegd, of misschien vind je het niet zo leuk, maar ze hebben ook hun huis voor je opengesteld. Dus accepteer je dingen die je in je eigen huis normaal gesproken misschien niet zou doen.

E.L.L.: Het lijkt me dat Celestino een film is die over veel dingen gaat, en dat het ene thema geen voorrang heeft op het andere. Voor mij zou het centrale thema ambiguïteit zijn. Het is geen film over homoseksualiteit in Mexico, het is geen film over familie, of over spiritualiteit of nahualisme, maar over hoe alles met elkaar verweven is. En dat geeft de film een gevoel van eenheid. Het is echter een kwestie van perspectief.

H.B.: Ik werk graag op deze manier – twee of drie thema’s samenbrengen zonder er een hiërarchie tussen te leggen. Ik denk dat het ook een artistieke keuze is. En het is een uitnodiging aan het publiek, aan de kijker: “Ik geef je dit en dit en dit, en ik nodig je uit om verbinding te maken met wat voor jou het belangrijkst is, en ik nodig je uit om het te interpreteren.” Maar er is een dunne lijn tussen iets dat open is en iets dat versnipperd is. Ik ben niet geïnteresseerd in iets dat versnipperd is, maar ik ben wel geïnteresseerd in het aanbieden van opties, zodat er tegelijkertijd meerdere interpretaties mogelijk zijn.

-

Hans Bryssinck is een kunstenaar, filmmaker en narrative practitioner, met een carrière die zich uitstrekt over de beeldende, podium- en audiovisuele kunsten, waarbij hij zich voornamelijk richt op samenwerkingsprojecten. Tot zijn werk behoort de film Wilson y Los Más Elegantes (2014). Hij is medeoprichter en artistiek leider van SPIN, een platform voor artistieke ondersteuning gevestigd in Brussel. Hij doceert Performance op de School of Arts in Gent en Narrative Practices for Community Work and Education op UCIRED in Puebla, Mexico. Sinds 2016 woont hij in Mexico, waar hij het scenario voor Celestino schreef en de film realiseerde.

Esteban Lloret Linares is een Franse auteur en filmredacteur. Hij studeerde literatuur en film in Frankrijk, België en Argentinië. In zijn schrijven verkent hij graag onderwerpen als intimiteit, individueel en collectief geheugen, en queer representatie. Hij woont en werkt in Brussel, waar hij deelneemt aan diverse audiovisuele projecten met een bijzondere interesse in documentaires en transdisciplinaire perspectieven.